Ga naar de inhoud
Uitgelicht Inzicht

Wanbetalingsrente voor overbruggingskredietverstrekker: Hooggerechtshof vindt 4% vertragingsrente een niet-afdwingbare boete

29-01-2024

Home / Inzichten / Wanbetalingsrente voor overbruggingskredietverstrekker: Hooggerechtshof vindt 4% vertragingsrente een niet-afdwingbare boete

Note: The case has subsequently been dealt with by the Court of Beroep. You can read the outcome of the Court of Appeal judgment in our new article “Overbruggingskredieten – Is de rente bij wanbetaling van een overbruggingskredietverstrekker een niet-afdwingbare boete?”


In a recent case – the High Court has held that a default interest rate of 4% in a short-term loan agreement secured by residentieel property constituted a penalty and was unenforceable.

Het onderpand en de voorwaarden van de lening

De kredietverstrekker (L) heeft 1,9 miljoen pond geleend aan een ander bedrijf, dat eigendom is van H en N, met als zekerheid hypotheken op diverse onroerende goederen, waaronder hun gezinswoning en vijf vastgoedobjecten die bestemd zijn voor verhuur.

The Loan agreement provided that in the event of a material breach, L could appoint a receiver, sell the properties, and impose a 4% per maand standaardrentevoet in geval van een wezenlijke schending.

Beoordeling of een vertragingsrente een boete is

The 4% monthly default interest rate, a viervoudig leap from the standard rate, proved to be an unenforceable penalty. Applying tde uitgangspunten uit de zaak van El Makdessi tegen Cavendish Square Holdings BV, de centrale vraag bij de beoordeling of een vertragingsrente een boete is, is of de omvang van de verhoging op bevredigende wijze kan worden verklaard door de bescherming van een gerechtvaardigd belang. Hoewel het in principe commercieel te rechtvaardigen zou kunnen zijn om bij wanbetaling een hoger tarief in rekening te brengen vanwege het verhoogde kredietrisico voor een kredietnemer, was het twijfelachtig of L. hierop in dit geval een beroep kon doen.

Waarom hogere wanbetalingspercentages niet te rechtvaardigen waren

H’s and N’s credit issues could have legitimately led a lender to consider them to be a higher risk. However, there were extra factors to consider:

1. L had previously priced in an increase to reflect the additional credit risk, moving the rate from 0.7% to 1% to reflect a judgment against N. L did not provide any evidence as to why late payment justified an increase of a further 3% when a 0.3% increase had been sufficient in relation to the standard rate to adjust for creditworthiness
2. Er geldt hetzelfde tarief voor vertragingsrente, ongeacht de aard van de inbreuk
3. Het wanbetalingspercentage werd centraal vastgesteld door L, wat betekent dat het niet kon worden bepaald op basis van de specifieke risico’s van de kredietnemer of de betreffende lening. Uit deskundigenrapporten bleek dat een gebruikelijk wanbetalingspercentage ten tijde van de lening lager was dan het wanbetalingspercentage in deze zaak.

De juridische conclusie

Dit geval onderstreept twee cruciale beginselen:

1. Tarieven op maat: De rentetarieven moeten per transactie afzonderlijk worden vastgesteld om het ‘gerechtvaardigd belang’ van de kredietverstrekker te beschermen
2. Evenredige sancties: Het tarief moet in verhouding staan tot de risico’s die de kredietverstrekker loopt in het geval van wanbetaling

Neem contact met ons op

Should you have any queries about this topic please contact David Burns, senior partner op het gebied van procesvoering per e-mail op D.Burns@rfblegal.co.uk of telefonisch op 07762318409.

Extra info

  • Auteur van het nieuwsbericht: David Burns

Auteur

Afbeelding sleutelfiguur

David Burns

Senior procespartner

Neem contact met ons op

Laten we het vanaf hier overnemen

Neem contact met ons op voor ongeëvenaarde juridische oplossingen. Ons toegewijde team staat klaar om u te helpen. Neem vandaag nog contact met ons op en ervaar uitmuntendheid in elke interactie.

Met welk RFB-kantoor wil je contact opnemen?