Een scheur in het doek voor kleding: RFB succesvol in opheffen bevriezingsverbod
Door Rudi Ramdarshan, Nii-Amaa Ollennu en Harry Medway.
Inleiding: Een maas in het juridische weefsel van de kledingindustrie
On 09 February 2024 Apparel FZCO (“Apparel”), a renowned fashion retailer, sought a without notice freezing injunction against our client.
It is a crucial part of without notice applications, in particular those involving freezing injunctions, for there to be full and frank disclosure. A freezing injunction, which zal invariably take place initially with only one party present, relies on counsel and their professional obligations to bring to the attention of the Court material facts which could undermine the application. These include legal submissions and factual matters.
In de praktijk zal er, wanneer er sprake is van een druk zittingsrooster, in de getuigenverklaring van de verzoeker een paragraaf zijn gewijd aan kwesties die vallen onder het begrip „volledige en openhartige openbaarmaking”. Dit wordt tevens ondersteund door een beknopte pleitnota met een soortgelijke paragraaf, waarbij de uiteindelijke waarborg wordt gevormd door de raadsman die tijdens de zitting mondelinge opmerkingen maakt met betrekking tot volledige en openhartige openbaarmaking.
In dit geval was dat niet het geval. Toen de rechter aandrong op het overleggen van materiaal dat relevant was voor een volledige en openhartige openbaarmaking, antwoordde de raadsman van Apparel:
“”We kunnen niets vinden waar we uw aandacht op zouden moeten vestigen om te zeggen dat er een gapend gat in het verhaal zit, of zelfs maar een klein scheurtje in het weefsel."
Voor Apparel was er meer aan de hand dan alleen een scheurtje in de stof. Onze cliënt was het slachtoffer van fraude en de zaak van Apparel voldeed niet aan de criteria voor een sterke en verdedigbare zaak.
Achtergrond
Apparel had aanvankelijk een bevriezingsbevel tegen onze cliënt verkregen, waarbij sprake was van een ingewikkelde frauduleuze constructie waarbij personen zich voordeden als medewerkers van TK Maxx. Deze bedriegers wisten Apparel met succes te misleiden, waardoor het bedrijf goederen aan hen verkocht met een vermeende waarde van meer dan 1 miljoen pond, die vervolgens aan een derde partij werden doorverkocht. Apparel stelde dat onze cliënt de aanstichter was van deze uitgebreide fraude, maar onze cliënt ontkende deze beschuldigingen ten stelligste en beweerde dat ook hij het slachtoffer was geworden van het bedrog van de bedriegers.
De structuur van het rechtssysteem: Volledige en openhartige informatieverstrekking
De kern van de zaak draaide om het rechtsbeginsel van volledige en openhartige openbaarmaking, een hoeksteen van de gerechtelijke procedure bij het aanvragen van een bevriezingsbevel zonder voorafgaande kennisgeving aan de tegenpartij. Dit beginsel schrijft voor dat de verzoeker alle wezenlijke feiten aan de rechtbank moet bekendmaken, met inbegrip van alle informatie die zijn zaak mogelijk zou kunnen ondermijnen of het standpunt van de verweerder zou kunnen ondersteunen.
In this particular instance, the Court determined that Apparel had fallen short of fulfilling this crucial obligation. They had neglected to disclose specific emails and evidence that could have substantiated our client’s defence, suggesting that he might have been an unwitting participant in the fraudulent scheme rather than the mastermind behind it. The Court noted that Apparel’s counsel, when asked by the Judge to highlight any issues of full and frank disclosure, responded, “We cannot find anything that we ought to draw to your attention to say there is a gaping hole in the story, or even a bit of a tear in the cloth…that means it could unravel.” This statement was ultimately deemed misleading, as the available evidence could have significantly impacted the Court’s initial decision to grant the injunction.
De juridische beginselen met elkaar verbinden
De uitspraak van het Hof was stevig verankerd in de gevestigde jurisprudentie en onderstreepte het strenge karakter van de plicht tot volledige en openhartige informatieverstrekking. Het Hof haalde verschillende baanbrekende zaken aan, waaronder Lloyds Bowmaker Ltd tegen Britannia Arrow PLC [1998] 1 WLR 1337, waarin het Hof benadrukte dat “a party who seeks relief ex parte is under a duty to the court to make the fullest disclosure of all material facts. He must disclose any Defence he as reasons to anticipate may be advanced. If he does not comply, he will be deprived of the fruits of his order without consideration of the merits…” De eveneens genoemde Bank Mellat tegen Nikpour, waarin het Hof de noodzaak benadrukte van “een zo volledig en openhartig mogelijke openbaarmaking” in dergelijke verzoeken.
Bovendien baseerde het Hof zich op de moderne formulering van de mededelingsplicht zoals uiteengezet in Brink’s Mat Ltd tegen Elcombe “een volledige en eerlijke openbaarmaking van alle wezenlijke feiten”. In deze zaak werden zeven belangrijke beginselen vastgesteld, waaronder de verantwoordelijkheid van de verzoeker om grondig onderzoek te verrichten alvorens een voorlopige voorziening aan te vragen, en de bevoegdheid van de rechtbank om een beschikking die zonder volledige openbaarmaking is verkregen, te vernietigen.
Een ontrafeld weefsel: de gevolgen van het achterhouden van informatie
De rechter concludeerde dat:
“54. Als ik een stap terug doe en de zaak in haar geheel bekijk, schieten de beëdigde verklaring, de samenvatting en de mondelinge toelichting tijdens de zitting naar mijn oordeel op wezenlijke punten aanzienlijk tekort ten opzichte van wat vereist is wat betreft een alomvattende, eerlijke en objectieve weergave van het bewijsmateriaal en de sterkte van de zaak van de eiser. Ik ben ervan overtuigd dat de beschikking bijgevolg moet worden vernietigd, in wezen om de redenen die door de heer Power zijn aangevoerd.”
The Court’s decision to set aside the freezing injunction against our client serves as a potent reminder of the potential repercussions of failing to comply with the duty of full and frank disclosure. It underscores the critical importance of meticulous preparation and comprehensive disclosure when seeking such legal remedies.
For clients contemplating instructing a law firm in similar matters, this case demonstrates the value which the team at RFB brought to the case ensuring that not only was the Court appraised of all the relevant facts to discharge the injunction but to sufficient facts which show that our client was a victim of fraud. To read the judgment, please Klik hier.
The team at RFB, comprising Senior Geschillen Partner Rudi Ramdarshan, en advocaat-medewerkers Nii-Amaa Ollennu en Harry Medway, heeft de cliënt in deze zaak met succes vertegenwoordigd. U kunt contact met hen opnemen via r.ramdarshan@rfblegal.co.uk, n.ollennu@rfblegal.co.uk, h.medway@rfblegal.co.uk