Ga naar de inhoud
Aanbevolen kennisbank

21-04-2026

Home / Kennisbank / Het gebruik van tussenpersonen voor verweerders

In een opmerkelijk recent proces over moord waarin Gillian Frost (afdeling Advocacy) de opdracht kreeg om een van de verdachten te vertegenwoordigen, een proces dat resulteerde in vrijspraak, was een van de meer nieuwe aspecten van de zaak het gebruik van een tussenpersoon om haar cliënt bij te staan.

The defendant in question had significant learning difficulties and was in grave risk of being left at an unfair disadvantage without specialised support to help him understand and follow the proceedings. Application was made for this support and granted. In the following article Gillian explains the legal background to this developing area.

De Wet

Section 16(1) of the Youth Justice and Criminal Bewijs Act 1999 (the Act) made provision for the use of special measures in the case of vulnerable and intimidated witnesses to facilitate the giving of their evidence.

Artikel 29 van die wet staat het verhoor van een getuige door een tussenpersoon toe als een van de toegestane bijzondere maatregelen.

Het gebruik van bijzondere maatregelen voor verweerders werd uitdrukkelijk uitgesloten door s.16(1) van de wet. Een wijziging die werd toegevoegd door s.104 van de Coroners and Justice Act 2009 heeft de wet echter gewijzigd door s.33BA in te voegen. Een deel van s.104 wordt hieronder weergegeven:


sectie 33BA Onderzoek van verdachte door tussenpersoon

(1) Deze sectie is van toepassing op elke procedure (voor een magistrates’ court of voor het Crown Court) tegen een persoon wegens een strafbaar feit.

(2) Het Hof kan, op verzoek van de beschuldigde, een instructie geven krachtens subsectie (3) indien het ervan overtuigd is dat -

(a) that the condition is subsection (5) is or, as the case may be, the conditions in subsection (6) are met in relation to the accused, and

(b) dat het geven van de opdracht noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat de beschuldigde een eerlijk proces krijgt.

(3) Een instructie op grond van deze onderafdeling is een instructie die erin voorziet dat een verhoor van de beklaagde wordt afgenomen door een tolk of een andere persoon die door de rechterlijke instantie is goedgekeurd voor de toepassing van deze afdeling (“een tussenpersoon”).

(4) De functie van een tussenpersoon is communiceren.

(a) aan de beklaagde gestelde vragen, en

(b) aan een ieder die zodanige vragen stelt, de door de verdachte in antwoord daarop gegeven antwoorden,

en dergelijke vragen of antwoorden toe te lichten voor zover dat nodig is om ze begrijpelijk te maken voor de beschuldigde of de persoon in kwestie.

(5) Wanneer de beschuldigde jonger is dan 18 jaar wanneer het verzoek wordt ingediend, is de voorwaarde dat het vermogen van de beschuldigde om effectief deel te nemen aan de procedure als getuige die ter terechtzitting een mondelinge verklaring aflegt, in gevaar wordt gebracht door het niveau van de intellectuele vermogens of het sociale functioneren van de beschuldigde.

(6) Wanneer de beschuldigde de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt op het moment dat het verzoek wordt ingediend, zijn de voorwaarden dat - de beschuldigde de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt op het moment dat het verzoek wordt ingediend.

(a) de beschuldigde lijdt aan een geestesstoornis (in de zin van de Mental Health Act 1983) of anderszins een aanzienlijke verstandelijke en sociale functiestoornis heeft, en

(b) de beschuldigde om die reden niet daadwerkelijk aan de procedure kan deelnemen als getuige die ter terechtzitting een mondelinge verklaring aflegt.

(7) Elk verhoor van de beschuldigde ingevolge een instructie ingevolge onderafdeling (3) dient plaats te vinden in aanwezigheid van personen als bepaald in het strafprocesreglement of de instructie en onder omstandigheden waarin

(a) de rechter of de rechterlijke instanties (of beide) en de wettelijke vertegenwoordigers die in de procedure optreden, het verhoor van de beklaagde kunnen zien en horen en met de tussenpersoon kunnen communiceren, en

(b) de jury (als die er is) het verhoor van de verdachte kan zien en horen, en

(c) wanneer er twee of meer beklaagden in de procedure zijn, elk van de andere beklaagden het verhoor van de beklaagde kan zien en horen.

Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt geen rekening gehouden met gezichts- of gehoorstoornissen.”


Helaas is dit amendement nog niet in werking getreden en er is nog geen implementatiedatum voor s.104 gegeven omdat er nog een aanzienlijke hoeveelheid voorbereidend werk nodig is.

Nonetheless, an application can succeed on the basis of the case of C v Sevenoaks Youth Court – EWHC 3088 (3/11/09), where an application was granted on behalf of a juvenile Defendant on a charge of assault. The case was heard in the High Court on an application for permission to apply for judicial review. Paragraph 16 of the judgment of Openshaw J reads:

“I have already made clear that there is no statutory power permitting the appointment of an intermediary for a Defendant, but there may be some procedural power in the Criminal Procedure Rules. Criminal Procedure r 1.11 sets out the overriding objective to deal with criminal cases justly, which includes at (c) recognising the rights of a Defendant, particularly under art 6 of the European Convention on Human Rights. Furthermore, the court’s case management powers at r 3.10(b)(v) require the court to consider what arrangements are necessary to facilitate the participation of any person in the trial, including the Defendant. In an appropriate case this surely requires the appointment of an intermediary for the Defendant himself.”

Onze zaak

We vertegenwoordigden een beklaagde in wat volgens ons het eerste praktische gebruik was van een beklaagde tussenpersoon in een grote rechtszaak. Dit was een moordzaak voor een rechter van het Hooggerechtshof. De zaak ging ook over ontvoering, valse gevangenneming en belemmering van de rechtsgang.

This was a six handed case. The fifth Defendant was our client who had limited abilities which we zal detail below (but included an IQ of 63). The intermediary sat in the Dock alongside the Defendant throughout the evidence relevant to him and went with him to the witness box when he testified.

Het proces werd bemoeilijkt door de “cut throat” aard van de verweren en er werd een kwestie opgeworpen door medegedaagden met betrekking tot de noodzaak van een tussenpersoon.

De praktische stappen

(1) INITIËLE BEOORDELING DOOR DE VERDEDIGING

In ons geval was de verdachte, een man van 36, tijdens zijn eerste twee verhoren niet vertegenwoordigd en had hij geen bemiddelaar gekregen (de FME (politiearts) beaamde in zijn getuigenis dat hij een bemiddelaar zou hebben aanbevolen als hij op de hoogte was geweest van het zeer lage IQ van de verdachte).

When we read the answers given by the defendant in those police interviews we appreciated that the defendant was likely to struggle to give evidence on his own behalf at trial. He spoke of having a very bad memory during the interview. When we met him he presented as vulnerable and slow.

We adviseerden het verkrijgen van een psychiatrisch rapport en een rapport van een schoolpsycholoog.

(2) DE VERSLAGEN

The reports we obtained showed that the Defendant would be able to stand trial but that he did not have the capacity to properly give evidence in normal court working procedure conditions. He would need regular breaks and he would need to be given information in extremely small packages. His concentration would be limited and breaks would be required to check that he understood the proceedings.

In dit geval werd in de rapporten specifiek de hulp van een tussenpersoon aanbevolen. De rapporten werden aan de kroon betekend.


(3) DE TOEPASSING

The application for an intermediary has to be made expeditiously because if granted an appropriate intermediary has to be located and funding obtained. In our case the Prosecution also obtained two medical reports. (At trial we called the Prosecution psychologist as a defence witness as she had been able to do more extensive testing of the Defendant). It was agreed that the Defendant had low level of verbal comprehension, low IQ and very poor short term memory.

De aanklager had geen bezwaar tegen het gebruik van een tussenpersoon door de beklaagde. We moesten de rapporten echter wel aan de medeverdachten betekenen, zodat hun raadslieden hun eventuele bezwaren naar voren konden brengen.

In principe was de onderzoeksrechter het ermee eens dat een tussenpersoon moest worden gebruikt als en wanneer de beklaagde zou getuigen en om hem meer in het algemeen bij te staan tijdens de getuigenissen van anderen.

(4) STAPPEN NADAT DE AANVRAAG IS INGEWILLIGD

The Register of Approved Intermediaries is maintained by a Department of the Ministry of Justice. They assist in helping to find an appropriate intermediary. A period of liaison between the intermediary and “client” is recommended so that they can establish a relationship. This may not always be a long period but ideally should be established by one or two interviews before trial and after the Intermediary has been provided with at least a Samenvatting of the case and any interview Exhibits. The intermediary will normally be required to furnish an assessment of his own, written or oral, depending on the circumstances and time available.

De financiering van de tussenpersoon voor gedaagden gebeurt via een aanvraag voor voorafgaande toestemming bij de Juridische Dienstencommissie. De tarieven voor tussenpersonen moeten worden ingediend. De bevoegdheid geldt voor de beoordeling voorafgaand aan het proces en voor het bijwonen van het proces. Jason Connolly, beleidsmedewerker bij het Ministerie van Justitie, heeft ons geholpen met het verstrekken van informatie zoals de Registered Intermediary Codes of Practice and Ethics en hun vergoedingen.

(4) PROCESKWESTIES

Er waren 4 kwesties die moesten worden aangepakt:

(1) De “basisregels” moesten worden vastgesteld zodat de bemiddelaar zijn taak kon uitvoeren met minimale verstoring van het verloop van de zaak. Onze tussenpersoon maakte enkele opmerkingen aan de rechtbank (in afwezigheid van de jury) over hoe hij zijn rol zag. De tussenpersoon adviseerde de raadslieden om dubbele ontkenningen en meervoudige clausules te vermijden en korte vragen te stellen. De tussenpersoon besprak de te volgen procedure om de rechter aan te geven dat de beklaagde een pauze nodig had.

(2) Welke aanwijzingen (of richtlijnen) moeten aan een jury worden gegeven met betrekking tot de functie van de “ambtenaar” die in het dok met de beklaagde wordt gezien.

The learned trial Judge made some introductory remarks when the jury were first made aware of the intermediary’s presence. Later on in the trial the trial Judge circulated to counsel a proposed statement to be given to the jury in relation to the intermediary assisting the defendant in the witness box. This set out the psychologist’s findings and recommendation for an intermediary. The jury were also told that not all parties accepted that evidence but the Judge had allowed the intermediary on the basis that he had to ensure a fair trial. The jury were told that the Barristers had been advised as to how they should ask questions (eg avoiding double negatives). The jury were told the intermediary would indicate if he considered the defendant did not understand a question. The jury were told that they would have to decide relevant matters themselves, regardless of the Judge’s decision that an intermediary should be allowed and regardless of the presence of the intermediary in court.

(3) At what stage to deal with the Issue of the need for an Intermediary. Each case will vary depending on for example: number of defendants; whether the defendant is to give evidence or just have assistance in the dock during the prosecution evidence; whether there is agreement or not as to the necessity for the intermediary. In our case the need for an intermediary was raised pre-trial but the substantive argument developed during the course of the trial. The Judge, in order to ensure a fair trial for our defendant, allowed the intermediary to be in the dock. That helped counsel as the intermediary could note on what occasions the defendant had difficulty understanding and we could assist him later in conference about those parts of the evidence. Before the defendant gave evidence (but after defendants 1 to 4 had given evidence) the role of the intermediary was canvassed further with counsel and the Judge ruled on how he would direct the jury. Interestingly our defence experts were interposed during the course of the defendant’s evidence but the learned Judge had made a statement to the jury before he gave his evidence. The intermediary was able to clarify the meaning of words or to reassure the defendant about issues as they arose. A brief reference was made to the jury as to the presence of the intermediary in the dock. In our case the intermediary was not present for the jury selection, opening speech and initial witnesses that did not affect our defendant.

(4) What further instruction (if any) was needed in the summing up? The learned trial Judge directed the jury that the defendant had been allowed the assistance of an intermediary in case there was any difficulty in him understanding the questions asked and the case put against him by the prosecution or other defendants. The jury were told that the extent of any impairment of his understanding was a matter of dispute and that it was a matter for them whether he had real difficulties. The intermediary was allowed in case there were difficulties.

Conclusie

The choice of whether or not to call a defendant to give evidence is sometimes a difficult one to make. In some cases it may be that medical evidence for a vulnerable person would be sufficient to avoid any adverse inference from not giving evidence. However, there may be times when counsel’s experience is such that they believe that the calling of a defendant is essential. The use of an intermediary is a course of action which can help that vulnerable defendant to feel more relaxed because he knows there is someone who can intervene if he has difficulty understanding a question. The intermediary assists counsel because in a case of a poor memory the defendant will forget what he needs to tell counsel by the time of the next break in the case. He can indicate to the intermediary immediately who can make a note of the point and inform counsel. Special measures for witnesses have been available for some time (prosecution and defence witnesses) and now there is the availability of at least this special measure for vulnerable defendants. As mentioned above, the statutory framework is not yet implemented. There is much to be done, partly to ensure there will be sufficient registered intermediaries available. Hopefully all those defendants that require an intermediary will be able to have one. It will be important to be aware of the possibility as soon as practicable. Trying to match a registered intermediary that is local to the relevant court will be important in keeping down costs. The longer the time it takes to obtain the funding for an intermediary the harder it may be to find an appropriate intermediary who is sufficiently local.

GILLIAN FROST (Barrister, Ronald Fletcher Baker LLP)

Een soortgelijk artikel van Gillian Frost verscheen in het tijdschrift Criminal Bar Quarterly.

(Please note: This article was originally published on our previous website and is provided for general information purposes only. While it reflects the legal position at the time of writing, the law may have changed since publication. For up-to-date advice tailored to your circumstances, please contact our team.)

Juridische hulp nodig bij het gebruik van tussenpersonen voor gedaagden?

Laten we het vanaf hier overnemen

Neem contact met ons op voor ongeëvenaarde juridische oplossingen. Ons toegewijde team staat klaar om u te helpen. Neem vandaag nog contact met ons op en ervaar uitmuntendheid in elke interactie.

Contactformulier
Als je wilt dat een van onze medewerkers contact met je opneemt, vul dan onderstaand formulier in

Met welk RFB-kantoor wil je contact opnemen?